Jacob Barrocas

Jacob Barrocas duikt in 1640 als 23 jarige voor het eerst op in Amsterdam. Hij is een wees, een converso van het Iberisch schiereiland, en hij behoort tot de grote groep van onbemiddelde Sefardische joden die in Amsterdam een veilig heenkomen zoeken. Er is niet veel over zijn levensloop bekend. Hij trouwt na ruim tien jaar met Ester d’Oliveira, eveneens een wees, die uit Villarreal naar Amsterdam was gevlucht.

De volgende afdruk die hij heeft achtergelaten is een mededeling dat hij schipper Severijn, na terugkomst in 1661 uit Martinique, niet in staat is gebleken de 125 gulden te betalen die de schipper hem had voorgeschoten voor de passage terug naar Amsterdam. De studie van Tirtsah Bernfeld Levie (Poverty and welfare amongst the Portuguese Jews in early modern Amsterdam) leert dat de mahamad van de Portugese gemeente de gewoonte had om gemeenteleden die moeite hadden het hoofd boven water te houden, door te sturen naar Hamburg, Italië, of de West. Maar na onrusten daar, keerden er ook weer heel wat terug.

Barrocas zou in Amsterdam overlijden op 26 oktober van 1671, amper 54 jaar oud. Zijn vrouw Esther zou nog 12 jaar leven, op kosten van de gemeenschap, verzorgd door een Asjkenazische vrouw. Bij haar overlijden werden de bezittingen verkocht. Er was veel linnengoed, maar verder nauwelijks persoonlijke bezittingen: een oventje voor Pesach, een kandelaar, een kam, een mantel, een vijzel, een vergulde handspiegel, een beurs met een paar centen, drie koffers, en vijf boeken in het Spaans.

Ongetwijfeld hebben beiden een bewogen leven gehad, met een vlucht, een kil, motregenend ballingsoord, een vergeefse expeditie naar de West en een karig levenseinde. Maar weinig opzienbarend, een korte route van geboorte naar anonimiteit.

Ware het niet dat Jacob Barrocas een heel bijzondere afdruk heeft achtergelaten in de Nederlandse cultuur. Hij bracht het Spaans toneel naar Amsterdam, om preciezer te zijn: de stukken van de Spaanse toneelschrijver Lope de Vega. En die stukken streefden al heel gauw al het Nederlands toneel in populariteit voorbij. Een studie door de historisch letterkundigen Olga van Marion en Frans Blom heeft laten zien dat de Spaanse stukken van Lope de Vega, vertaald door Jacob Barrocas, veel vaker werden opgevoerd dan Vondel, Bredero en Hooft, dat ze veel meer opbrachten en dat ze veel langer op het programma bleven staan. Ook al waren de Nederlanden toen Jacob in Amsterdam aankwam officieel nog in oorlog met Spanje, in de nieuwe Schouwburg op de Keizersgracht ging het dak eraf als de stukken van Lope de Vega werden gespeeld. En die stukken waren allemaal vertaald door Jacob Barrocas.

Onder de vluchtelingen uit Portugal en Spanje was toneel heel erg populair. Ook al bood Amsterdam de vluchtelingen een veilig onderkomen en vrijheid om de godsdienst te belijden, ze barstten uit elkaar van heimwee. Ze spraken Spaans en Portugees, ze organiseerden literaire avonden en bestegen de trappen van de welgestelde gemeenteleden om op zolder Spaanse toneelstukken op te voeren. De buren klaagden over burengerucht als Lope de Vega’s Ester weer eens werd opgevoerd. En toen de nieuwsgierige Amsterdamse acteurs en dichters kwamen kijken, begrepen ze al gauw: dit moet bij ons op de planken. En Barrocas, wiens reputatie als talenwonder al gauw rondging, vertaalde de stukken voor de toneeldichters die de stukken klaarmaakten voor de planken van de Schouwburg.

Toch bleef Barrocas arm. Toneelschrijvers kregen niets voor hun stukken, acteurs moesten bijklussen om het hoofd boven water te houden. De winsten van de schouwburg verdwenen naar de huizen voor armen en wezen, ook als de schouwburg avond na avond bomvol zat.

Jacob Barrocas, is arm gestorven en z’n vrouw Esther ook. De vijf Spaanse boeken (het is verleidelijk om te denken dat dat boeken van Lope de Vega waren) zijn verkocht aan zekere Jacob Belmonte, die ook het oventje voor Pesach kocht. Via deze Belmonte verdwenen de boeken in de anonimiteit van de tijd en van Amsterdam. En Jacobs grafsteen, waarop staat dat hij een goed leven heeft geleid, raakte overgroeid met gras en aarde.

Tot afgelopen 11 mei, toen Jan Straver en Eric de Jong het gras en de aarde even van de steen hebben afgeschoven. We hebben bij de steen gestaan en herdacht dat deze immigrant, ondanks al z’n tegenslag en behoeftige omstandigheden, niet alleen het zeventiende eeuwse Amsterdam, maar ook het literaire leven van de Nederlanden heeft verrijkt met toneel dat meer dan een eeuw lang met groot succes is opgevoerd.

Mathijs Deen
15 mei 2018